circulariteit

De uitdaging is om architectuur, als belangrijkste middel in te zetten voor natuurlijke en milieuvriendelijke gebouwen. Deze gebouwen dienen slimmer en circulair te zijn dan gebruikelijk is in de huidige bouwcultuur. Door toepassing van principes uit de natuur, bewezen concepten voor verduurzaming uit de lokale bouwculturen en internationaal historische typologieën kan architectuur het verschil maken voor het toepassen en faciliteren van een circulaire economie.  

 

I GEBOUW ALS MIDDEL

 

Een gebouw is een middel om in te gebruiken, te werken en/of te wonen. Vastgoed en architectuur zijn geen doel op zich, maar een middel om ruimte voor gebruikers te faciliteren. Het gebruik staat daarbij centraal en dient zo goed, duurzaam en circulair als mogelijk aangeboden te worden.

Als er toch gebouwd moet worden voor gebruik, eigenlijk het consumeren van het gebouw, kan het gebouw ook als generator werken voor productie. Productie van energie, water, schone lucht. Oftewel alles wat geconsumeerd wordt door het gebruik. Het gebouw, in die zin, is de koppelaar, het middel, tussen productie en consumptie.  Op deze manier is het gebouw in zichzelf een cyclus van productie en consumptie. Zelfvoorzienend en off the grid.

 

II ONEINDIG MATRIAAL

 

Het maken van gesloten ketens, zoals in de natuur te vinden zijn, is onze manier van het bereiken van circulariteit. Het (her)gebruik van materialen en gebruik van hernieuwbare grondstoffen is de ambitie. Hierdoor worden gebouw, gebouwdelen, materialen en grondstoffen circulair ingezet waardoor er geen afval meer bestaat. De levensduur van gebouwen, materialen en grondstoffen kan keer op keer verlengd worden, waardoor een oneindige cyclus ontstaat. Ofwel circulair materiaalgebruik is de uitdaging.

 

III ADAPTIEVE GEBOUWEN

 

De uitdaging is om het gebruik van het gebouw zo lang en zo prettig mogelijk te maken terwijl technische innovaties en de maatschappij snel veranderen. Hiervoor dient het gebouw adaptief te zijn. Oftewel, makkelijk te veranderen op elk gebouwdeel. Wanneer de gevel niet meer voldoet, zou deze makkelijk gedemonteerd en vervangen kunnen worden zodat het gebouw niet  verbouwd hoeft te worden. Hetzelfde geld voor de indeling, installaties en andere gebouwonderdelen. De scheiding tussen drager en inbouw is hierbij van belang. Het zo ontwerpen dat maximale flexibiliteit van indeling wordt bereikt zorgt voor een optimale en daarmee circulaire levensduur.