MNNR Architecten en het Stedelijk Ontwikkelingsfonds Amsterdam hebben samen een visie opgesteld voor de revitalisatie van de twee Citroëngebouwen naast het Olympisch Stadion in Amsterdam. De gebouwen liggen op een scharnierpunt tussen het Stadionplein, de sportas en de Zuidas. De visie geeft beide gebouwen een nieuwe rol in dat netwerk, zonder hun bestaande structuur en karakter op te geven.
Type
Revitalisatie
Jaar
2013
Status
Schetontwerp
Opdrachtgever
SOFA
Locatie
Amsterdam, 5.000m2, Kantoren
Oppervlakte
5.000m2
Team
Abram de Boer, Glenn den Besten, Peter van Gelder
Categorieën
KANTOOR, MIX-USE, TRANSFORMATIE
01. Verbinding met het Olymisch stadion
Het concept is een driehoeksverhouding tussen het Olympisch Stadion en de twee Citroëngebouwen. Binnen die driehoek werken de twee gebouwen elkaar bewust tegengesteld uit. Het noordelijke gebouw is generiek van opzet, maar krijgt een specifieke invulling die aansluit bij het stadion. Het zuidelijke gebouw heeft juist een specifieke opzet, maar wordt generiek ingevuld op basis van de vraag uit de markt. Zo vullen de twee gebouwen elkaar aan in plaats van met elkaar te concurreren.
02. Context
Het noordelijke gebouw versterkt het voorplein van het Olympisch Stadion. De functies op de begane grond zijn op het plein gericht en sluiten aan op de nieuwe inrichting van het Stadionplein. Het zuidelijke gebouw krijgt een optopping. Daarmee komt er programma bij op de bestaande footprint, zonder extra grond te gebruiken, en krijgt het gebouw een duidelijkere aanwezigheid richting de Zuidas.
03. Programma en gebruik
In het noordelijke gebouw komen commerciële functies die passen bij de sportas, media en de evenementen in het Olympisch Stadion. Onder de bestaande hellingbaan komt een restaurant, en op het dak is ruimte voor een club met daktuin, naar het voorbeeld van de Kensington Roof Gardens in Londen. Het zuidelijke gebouw biedt short-stay: pied-à-terres, hotelappartementen en andere tijdelijke verblijven. Die zijn bedoeld voor sporters, zoals hockeyers, roeiers van de Bosbaan, atleten en wielrenners, en voor mensen die tijdelijk op de Zuidas werken. Een deel van de appartementen komt in de optopping.
04.Architectuur en materialisatie
Het uitgangspunt is behoud van de bestaande gebouwen en hun kenmerkende onderdelen. De hellingbaan blijft staan en wordt de plek van het restaurant. Zo wordt een infrastructureel element uit de garagetijd een herkenbare verblijfsplek. De optopping wordt als nieuwe laag op het bestaande gebouw gezet, zodat het oude en het nieuwe deel van elkaar te onderscheiden blijven.
02. Ecologie
Door de bestaande draagstructuren te hergebruiken blijft de CO₂ die al in het beton en staal zit behouden, en zijn sloop en nieuwbouw van een casco niet nodig. De optopping maakt verdichting mogelijk zonder nieuwe grond te gebruiken. Door short-stay dicht bij de sportvoorzieningen en de Zuidas te bieden, worden verplaatsingen tussen verblijf, training en werk korter. De daktuin op het noordelijke gebouw voegt groen toe op een plek die nu verhard is.
05. Maatschappelijke waarde
De publieke functies, het restaurant onder de hellingbaan en de club op het dak, maken de gebouwen ook toegankelijk voor bezoekers van het stadion en bewoners uit de buurt. Het plein krijgt daardoor ook buiten de evenementen om reuring. Sporters die in Amsterdam trainen of wedstrijden spelen, krijgen een vaste verblijfsplek dicht bij de Bosbaan, het stadion en de andere sportvoorzieningen.
06. Economische Waarde
Het programma sluit aan op een concrete vraag uit de markt: short-stay voor sporters en voor tijdelijke werkers op de Zuidas. Doordat het zuidelijke gebouw generiek wordt ingericht, kan de verdeling tussen de woonvormen meebewegen met de vraag. Dat verkleint het risico op leegstand. De optopping levert extra verhuurbaar oppervlak op. In het noordelijke gebouw profiteren de commerciële functies direct van de bezoekersstromen van het Olympisch Stadion.