Ruimte
Volume, licht, zicht en routing toetsen we aan de plek en aan het omgevingsplan. De ruimtelijke logica van de locatie stuurt het ontwerp.
Wij vertalen een opgave naar parameters, rekenen honderden varianten door en wegen ze op vier pijlers. Hieronder staat hoe dat in zijn werk gaat, van het eerste gesprek tot een goedgekeurde ontwerpfase.
Vooraf wordt de uitvraag nauwkeurig bepaald. Welke KPI's dienen te worden onderzocht? Welke ambities moeten worden nagestreefd?
Wij onderzoeken wat de plek toelaat en achterhalen wat de gebruiker nodig heeft. Locatie, programma, omgevingsplannen en ambities vertalen we naar parameters. Uit die parameters ontstaan honderden varianten. Elke variant meten we langs dezelfde vier pijlers, waardoor we de verschillende prestaties van de gebouwen kunnen vergelijken.
Het proces verloopt iteratief: wat een ronde oplevert, scherpt de uitgangspunten voor de volgende aan.
In het platform ziet u wat wij doorrekenen. Alle varianten voor uw locatie staan naast elkaar, elk met de kengetallen die ertoe doen: BVO, GO, aantal woningen, vormfactor, bezonning en kosten. Per variant ziet u hoe die scoort op de vier pijlers, zodat u opties direct met elkaar vergelijkt. Ook de voortgang volgt u hier: welke ontwerpronde loopt, welke keuzes al gemaakt zijn en welke fase klaarligt voor uw goedkeuring. Zo neemt u elke beslissing op basis van bewijs, niet van aannames.
01. Inleven
Wij verdiepen ons in de plek, de gebruiker en uw ambitie, en kijken verder dan de uitvraag naar wat er werkelijk nodig is.
02. Parameters definiëren
Locatie, programma, omgevingsplan en ambitie vertalen we naar grootheden die we kunnen variëren en doorrekenen.
03. Ontwerp-uitgangspunten bepalen
Wij leggen vast wat vaststaat en waar ruimte is om te bewegen. Dat kader bepaalt welke varianten zinvol zijn.
04. Prototypes simuleren
Het model brengt de varianten voort en rekent ze door op bezonning, kosten, programma en de andere grootheden die meetellen.
05. Vergelijken
Wij leggen de uitkomsten langs de vier pijlers, wegen ze met u en kiezen de richting voor de volgende ronde.
Wij leggen de gegevens die een plan bepalen op tafel op het moment dat de keuze voorligt: locatie, regelgeving, bouwkosten, bezonning en programma, naast elkaar en op dezelfde maat. Dat is wat datagedreven beslissen hier betekent — de afweging rust op uitkomsten die u kunt navragen, niet op ervaring alleen.
Daardoor gaat het gesprek over de afweging zelf. Wat een variant oplevert staat erbij, en wat hij kost ook. En omdat de gegevens vastliggen, is een keuze een jaar later nog te herleiden: u kunt aan een gemeente of een belegger laten zien waaróm dit plan er zo uitziet.
Volume, licht, zicht en routing toetsen we aan de plek en aan het omgevingsplan. De ruimtelijke logica van de locatie stuurt het ontwerp.
Een gebouw functioneert in een buurt. We brengen gebruikers, buren en omgeving in beeld en ontwerpen op de waarde die het gebouw toevoegt.
Bouwkosten, opbrengstpotentie en programma rekenen we vroeg door. Investeringsbeslissingen rusten zo op cijfers die al in het ontwerp zitten.
Bezonning, materiaal, energie en groen zitten vanaf de eerste variant in het model. Duurzaamheid wordt daarmee een ontwerpkeuze in week één.
Wij bouwen een ontwerp op uit parameters en de relaties daartussen. In plaats van een vorm te tekenen, leggen wij de regels vast die bepalen hoe de vorm zich gedraagt. Verandert een parameter, dan beweegt het ontwerp mee.
Die regels stellen wij per project opnieuw op. Het model genereert de variatie en houdt die maakbaar. Zo ontstaat bij elk project een plattegrond of gevel die alleen daar past: uniek van opzet, en uitvoerbaar tot in het detail.
Wij stellen de uitgangspunten en de randvoorwaarden, en laten het model de varianten zelf voortbrengen. Dat is generatief ontwerpen: waar parametrisch ontwerpen de regels vastlegt, doorloopt het model hier de mogelijkheden en levert het de opties die aan die regels voldoen.
Zo komen ook de oplossingen in beeld die niemand vooraf had bedacht, en blijkt soms dat een aanname geld kost zonder iets op te leveren. De selectie blijft mensenwerk: het model brengt de opties in beeld, wij wegen ze en kiezen.
Taalmodellen nemen het omgevingsplan, de uitvraag en beleidsnota’s door en halen eruit wat het ontwerp raakt: maten, percentages en voorwaarden. Wij controleren die uitkomsten aan de bron en zetten ze om in parameters.
Catalogi van bouwsystemen maken we op dezelfde manier tot een parametrische bibliotheek, zodat het plan de maatvoering van de aannemer volgt. En op ons eigen werk trainen we modellen die bouwkosten, opbrengsten en prestaties voorspellen.
De machine doet het voorwerk, wij nemen de beslissing. Wat wij u voorleggen, hebben wij zelf getoetst.
Onze locatiedata bouwen wij op volgens MiniGIM, van inventarisatie tot oplevering: de Minimale gebiedsontwikkeling Informatie en Analyse, beheerd door DMI-ecosysteem en NEPROM, met een omgevingsanalyselijst en een informatieleveringsspecificatie. Daarmee ligt vooraf vast welke gegevens een plek beschrijven.
Wij hoeven per project niet opnieuw te bepalen wat er onderzocht wordt, en u kunt de analyse van het ene project naast die van het andere leggen. Bij elk project ligt op dezelfde manier vast wat er over een plek bekend is.
Het gebouwmodel bouwen wij op volgens MiniBIM, het Minimal Building Information Model: een lagensysteem waarin elk onderdeel dezelfde opbouw, naam en plek krijgt. Onze modellen voldoen aan die standaard, en dat controleren wij met BIMSentry — het is dus een toets, geen belofte.
Daardoor kunnen uw adviseurs er direct op verder, zonder eerst uit te zoeken wat waar staat. En bij elk project ligt op dezelfde manier vast wat u aanlevert en wat u terugkrijgt.
Wij leveren aan de keten een IFC-model dat elke partij kan inlezen. De opbouw volgt de ILS, de informatieleveringsspecificatie die vastlegt welke gegevens erin horen, en het lagensysteem van MiniBIM, dat elk onderdeel dezelfde naam en plek geeft. Zo spreken alle partijen dezelfde taal zodra het model van hand tot hand gaat.
Dat is wat ketenintegratie in de praktijk betekent: de partijen in een bouwproces werken als één keten in plaats van als losse schakels. Bouwfysica, bouwkosten en projectmanagement werken op hetzelfde bestand; partijen als IGG en ABT lezen ons model direct in.
Hun analyses komen terug in dat model, op het moment dat er nog te sturen valt. Een kostenraming of een bezonningsstudie is daardoor onderdeel van het ontwerp in plaats van een toets achteraf.
Notification
Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Morbi at nibh rhoncus, tempor magna non, feugiat nisi.